Voor alle duidelijkheid; ik ga het niet hebben over tuincultuur, ofschoon we daar in onze stad geen
gebrek aan hebben. Denk maar eens aan de onvolprezen Engelse Tuin op het Kalheupink, of de
prachtige tuin(en) bij de Höfte. Nee, deze column gaat over Oldenzaals (binnen)stadstuin(en) waar
het de laatste weekeinden goed toeven was voor een ieder die de combinatie van cultuur in vele
vormen, sportiviteit en gezelligheid onder het genot van een lekker glaasje weet te waarderen.
Ik noem o.a. het Graan- en Korenfestival, het Graanzaksmieten om de OOGST-bokaal, Pink Plop, het
feest t.g.v. de 50-jarige bus van het Stroatensemble, het Bierbrouwfestival en Oldenzaal Proeft. Een
welig boeket van zang, instrumentale muziek, sport, geestrijk vocht en culinair genoegen.
Ik kan mij vakantiebestemmingen uit het verleden herinneren waar wij in Duitse, Belgische, Franse of
Italiaanse steden genoten van zoveel Bourgondische levensvreugde, dat wij deze graag zouden
importeren in onze eigen stad. We hadden weliswaar het Carnaval, de Boeskool, Oldenzaal Muzikaal
en de Najaarskermis, maar daarbuiten kon de binnenstad toch soms nogal levenloos overkomen, de
goed gevulde terrassen aan de Groote Markt buiten beschouwing gelaten. Waar ik op doel is
gezamenlijke activiteit, naast het genot van dat gezellige drankje. De samenleving heeft behoefte aan
de homo ludens (de spelende mens), de mens die creativiteit, sportiviteit en genoegen weet te
bundelen en zodoende een prettige manier van (samen)leven weet te creëren. Ideaal is het wanneer
dit kan op een plek waar mensen zich vertrouwd en geborgen voelen en zo’n plek is de stadstuin; in
het hart van de oude stad, ingeklemd tussen historische gebouwen en op ‘oale grond’.
De Duitse filosoof Hans-Georg Gadamer (1900-2002) sprak in een serie lezingen t.g.v. de Salzburger
Hochschulwochen (1974) over ‘Kunst als spel, symbool en feest’ en het belang van deze elementen
voor een gezonde samenleving.
Hij ziet het spel als fundamenteel voor het leven; door zijn beweeglijkheid en herhaling betrekt het
speler en toeschouwer in zijn actie. Interessant is dat het woord spel in een breed spectrum van
menselijke activiteit voorkomt: (voetbal)spel, vioolspel, zangspel, toneelspel, om er maar enige te
noemen.
Symbool komt van het Griekse σύμβολον (letterlijk; wat men naast elkaar houdt), een deel van een
gebroken steen, stok of iets dergelijks die men ter herkenning als (weder)helft uitreikte aan vrienden,
gasten, bezoekers ter legitimatie om bijvoorbeeld welkom te zijn bij het feest dat gevierd wordt.
Bedenk dat het woord vieren verwant is aan vrij zijn, vrij van verplichtingen en het is duidelijk wat
Gadamer bedoelt met de inhoud van zijn lezingen.
Ik zou hier aan willen toevoegen; het belang van het scheppen van een cultuur waarin individuen in
een samenleving de kans geboden wordt de kunst van het spelen (sport, muziek, poëzie etc.), het
respecteren van symbolen (de historische ruimte en binnen die ruimte deelname aan de activiteit) en
de kans gezamenlijk het feest van het vrij zijn te kunnen praktiseren.
Die beleving van een samenzijn op deze gronden ervaar ik in onze stadstuin. Ik hoop dat onze lokale
overheid het belang van deze, voor de gemeenschap essentiële culturele initiatieven, blijft
ondersteunen. Ook daar op deze wijze duidelijk wordt hoe belangrijk kunst en cultuur voor een
samenleving zijn. Een zaak die bij de huidige nationaal politieke verhoudingen van grote relevantie is.
Geert C.A.M. Christenhusz.