Onze koel-vriescombinatie moest na vele jaren trouwe dienst vervangen worden, maar bij de
installatie van het gekozen nieuwe (inbouw)apparaat bleken de maten door het leverende bedrijf
verkeerd doorgegeven, met als gevolg dat er nu in een hoek van de kamer een tijdelijk vervangende
koelkast is geplaatst en onze vriezer uitpuilt van ingevroren producten. De lege ombouw van de
combinatie wacht nu letterlijk en figuurlijk op inhoud voor zijn ‘lege’ bestaan. Toch is zijn bestaan in
mijn herinnering en motoriek helemaal niet zo leeg, daar ik geregeld zijn grote deur open om beleg,
boter, melk enzovoort te pakken, om vervolgens te constateren dat de ‘macht der gewoonte’ ons
behoorlijk parten speelt in ons handelen. Dat heeft zijn voordelen; autorijden, fietsen, lopen, een
instrument bespelen, ademhalen…Maar soms ook zijn nadelen; onoplettendheid (in het verkeer),
omgang met anderen (sleur, onachtzaamheid)…Je moet er toch niet aan denken dat je constant moet
nadenken hoe je adem moet halen, maar evenzo kan veilige verkeersdeelname niet zonder in te
spelen op nieuwe situaties en onderbreking van het automatisch handelen.
Nu zult u denken: wat heeft dat met kunst en cultuur te maken, of gaat de columnist zich ook
bemoeien met vakgebieden waarin hij geen enkele bevoegdheid of ervaring bezit? Nee, ik ga niet in
de koelkasthandel, evenmin pretendeer ik arts, fysiotherapeut of rijinstructeur te zijn. Wel weet ik
dat het gedrag van mensen binnen het bereik van kunst en cultuur vrijwel identiek is. Wij kunnen in
onze geest verdwenen kunstobjecten ‘reproduceren’. We ‘zien’ verdwenen gebouwen in onze stad
voor ons geestesoog. Foto’s laten ons niet zelden ‘voelen’, ‘ruiken’ of ‘horen’ hoe het was daar te zijn.
Toen ik een oud-klasgenote die niet aanwezig kon zijn bij de reünie van het Twents Carmellyceum
onlangs, een foto stuurde van de monumentale trap achter de oude hoofdingang, antwoordde ze
met: ik ruík het. We zien, horen, ruiken, voelen vaak iets dat niet in onze directe omgeving is, maar
slechts in onze gedachten. Beroemd is Andersens sprookje ‘De nieuwe kleren van de keizer’. Men
heeft hem wijsgemaakt dat hij nieuwe kleren draagt op zijn rijtoer door de stad, maar in feite is hij
naakt en niemand durft hem uit de waan te halen, behalve een klein jongetje dat hardop zegt dat de
keizer geen kleren draagt en in Adams kostuum aan de mensen voorbijtrekt. Het sprookje is de
laatste versie van een verhaal dat in de eerste eeuw van onze jaartelling werd verteld in India en
waarin gesproken wordt over ‘weven met een onzichtbare draad’. Laten we de essentie van
Andersens sprookje eens omdraaien en stellen dat niet de keizer maar de toeschouwers langs de
route van de rijtoer zagen wat er eigenlijk niet was, dat zij de onzichtbare draden weefden van de
kleren van de keizer. Dan komt dat heel dicht in de buurt van wat er gebeurt als wij aan foto’s uit het
verleden toevoegen wat er eigenlijk niet (meer) is, of op onze wandeling door de stad gebouwen zien
die er niet (meer) zijn. Ik moest hier aan denken toen ik de Face Book-pagina Oud Oldenzaal bezocht
en daar beelden aantrof van Oldenzaal in mijn jeugd en vervolgens meer zag, voelde, rook en hoorde
dan wat bij het zien van een foto normaliter mogelijk is. Je ‘leeft’ weer even in voorbije jaren, in een
andere cultuur, wel lijkend op die van het heden, maar met andere beelden, geluiden, geuren en
samenlevingsvormen. Het geeft een goed gevoel op die manier contact te hebben met ons verleden
om het heden te begrijpen. Ik moest denken aan al die mensen die alleen nog de kleren van de keizer
bezitten en noodgedwongen aan hun geboortegrond bij wijze van concept kunnen denken, omdat ze
zijn gevlucht voor oorlog, honger, of geweld. Mensen die zelfs geen Face Book-pagina Oud Gaza, Oud
Charkov, of ga zo maar door, meer hebben. Dat wij hen mogen begrijpen en de deur niet dicht
houden. Hopelijk kunnen zij dan jaren later terugkijken op foto’s die gemaakt zijn van hun verblijf in
onze steden en dorpen en aangenaam worden getroffen door alle zinnebeelden die dan bij hen
opkomen.
Geert C.A.M. Christenhusz.