Een duidelijk tot een jongere generatie behorende jongeman vroeg zich laatst in mijn gezelschap af
waarom ons Stadstheater ‘de Bond’ heet. Ik realiseerde mij op dat moment dat de link met die naam
voor jonge mensen inderdaad niet zo voor de hand ligt. En terwijl ik hem het hoe en waarom van de
naamgeving uitlegde, ontspon zich voor mijn geestesoog een rijk arsenaal aan herinneringen die
terugvoeren naar de jaren ’50 van de vorige eeuw. Als kind van Bernhard Christenhusz, de toenmalige
voorzitter van de KAB (Katholieke Arbeiders Beweging) voorloper van NKV en FNV, en Tonny
Christenhusz-Voortman, amateur-actrice bij toneelvereniging NIU (Na Inspanning Uitspanning),
gelieerd aan en gefaciliteerd door de KAB, kwam ik vaak in het ‘verenigingsgebouw’, dan wel Sint
Josephgebouw, in de volksmond ‘de Bond’ aan de Molenstraat. De zondagse wandeling met mijn
ouders eindigde vaak in het voorcafé, waar ik opzag tegen de grote mannen aan het biljart, voor een
dubbeltje een plaat uit de jukebox mocht draaien en pinda’s uit zo’n draaiautomaat kreeg die op het
schap stond. Het schap, waarachter de beheerder, eerst Johan Beernink, later Johan Aarninkhof, vaak
in gezelschap van hun vrouw. Het klokkende geluid van de biljartballen en de muziek van Louis Prima
(Buona Sera Signorina en O, o, Marie) kan ik nog altijd als een cassettebandje in mijn geheugen
afspelen. De plaat Leila van de Regento Stars hield slechts 2 weken stand in de jukebox, daar de
geestelijk adviseur van katholiek-hogerhand de opdracht had gekregen deze te laten verwijderen
vanwege enkele expliciete zinnen in de tekst zoals; ‘Leila nur die eine Nacht erwähle mich. Küsse mich
und quäle mich’ en ‘Fühlen Sie jetzt, meine Herren, dass die Damen vollkommen willenlos sind
geworden?’. De geestelijk adviseur, tevens kapelaan van de Drie-eenheidskerk, kreeg ook altijd het
tekstboekje van toneelvereniging NIU te lezen en hanteerde driftig het rode potlood in scenes waar
het té sensueel dreigde te worden. Regisseur van die vereniging was oom Wim, een ‘halfoom’ van
mijn vader, want kind van mijn overgrootmoeder en haar tweede echtgenoot, de jongste broer van
de eerste, die de huwelijkse plichten op zich nam toen zijn oudere broer was overleden. Daar de
toneelvereniging nauw betrokken was bij de jaarlijkse Sinterklaasviering in de Bond, nam oom Wim
graag de taak op zich voor Goedheiligman te spelen en rekruteerde hij Pieten uit de manlijke leden
van de vereniging. Hij speelde zijn rol zeer serieus en besloot zelfs een keer te paard bij de Bond aan
te komen. Bij het bestijgen van het ros echter beroerden een paar baldadige rekels de edele delen
van het dier, waardoor het op hol sloeg en oom Wim bij ‘de Broodkont’ (het Landhuis) aan de
Bentheimerstraat, na een dolle rit, met mijter en al in de sloot belandde. Ik meende in één van de
Pieten Anton Scholten, kruidenier aan de toenmalige Bleekstraat, te herkennen en toen ik dit mijn
vader meedeelde was zijn antwoord: ‘Denk jij dat er in Spanje geen zwarte mensen zijn die op Anton
Scholten lijken’. En zo was ook die zaak simpel opgelost. In latere jaren kwam er in de persoon van Jan
Peters een professionele regisseur. Jan was een zoon van kapper Johan Peters, die zijn zaak had aan
de Deurningerstraat en grimeur was bij NIU. Johan rookte graag sigaren en legde bij het werk vaak
een stompje op de tafel met grimespullen. Bij een uitvoering van een toneelstuk op Vliegbasis Twente
vergat hij het brandende stompje en vlogen alle pruiken in de hens, waarna de brandweer van de
basis met groot alarm uitrukte en de voorstelling gestaakt werd.
In de Bond vonden nog meer culturele activiteiten plaats; van concerten van de Koninklijke Harmonie
Sint Joseph tot uitvoeringen van de Gelderman Revue en de Oldenzaalse Operette Vereniging o.l.v.
Hennie Teussink. Ook herinner ik mij een meisjeskoor o.l.v. Frans van ’t Rood sr.
Achter het gebouw was een zaaltje voor de Kajotters, de Katholieke Arbeiders Jeugd, later KWJ. De
naamgeving was afgeleid uit het Duits: K A Jot (Duitse J). Daar werden o.a. cursussen gegeven.
Kortom de vakbeweging deed aan ‘de heffe des volks’ (ontwikkeling van het volk). Een prachtig
streven, dat in de jaren erna een stabiele samenleving opleverde. Kom daar tegenwoordig maar eens
om! Het heeft ons in elk geval een prachtig Stadstheater opgeleverd, waar we heel trots op kunnen
zijn.
Geert C.A.M. Christenhusz.